Moedermelk wordt aangemaakt door heel veel kleine melkkliertjes in de borst en wordt via kanalen die steeds groter worden richting tepel gestuurd.
Bij een borstvergroting wordt er meestal een prothese gestoken achter de borstspier, deze zal over het algemeen de aanmaak van de melk en het 'transport' van de moedermelk naar de tepel niet verhinderen. Borstvoeding is hier dus meestal geen probleem.
Bij een borstverkleining wordt de tepel heel vaak verplaatst en wordt er soms een deel van de melkklieren weggenomen. Pas na de bevalling zal duidelijk worden of de borstvoeding op gang komt en succesvol zal verlopen.
Bij een borstcorrectie - niet enkel om esthetische redenen maar soms uit noodzaak - valt het ook een beetje af te wachten of de borstvoeding zal lukken.
Als er slechts één borst een correctie heeft ondergaan kan je borstvoeding geven met de andere borst. De melkproductie kan volledig door één borst gebeuren!
De stoffen die in implantaten zitten bij een borstvergroting zijn niet schadelijk voor de baby.