Maak met de bloem, de boter en de melk een roux, deze moet tot een gladde saus worden geroerd.
Als je de pan van het vuur hebt gehaald voeg je de eierdooiers één voor één toe.
Snij de oude kaas in erg kleine stukjes en voeg toe aan het mengsel.
Klop intussen de eiwitten stijf en schep deze door de roux, het is belangrijk voor de luchtigheid van de kaassoufflé dat je het deeg telkens omschept en er niet in roert.
Beboter enkele ronde vormpjes met een borsteltje.
Het is erg belangrijk dat je de boter van beneden naar boven strijkt, aangezien dit het geheim is om de kaassoufflé te doen rijzen.
Bebloem de binnenkant en vul deze dan met de vulling. (blijf een beetje onder de rand)
Je kan de kaassoufflé in wording nog bestrooien met een beetje van de oude kaas.
Daarna zet je de kaassoufflé 15 à 20 minuten in de oven.
Je ziet na een tijdje de vulling rijzen en wanneer deze enkele cm boven de rand zit, haal je de kaassoufflé uit de oven, en dien je onmiddellijk op!
Succes!
Voor het maken van een roux kan je naar het volgende filmpje met Joost Van Rosmalen kijken :